Kanovaren op de Klaralven, genieten van natuur en rust

Tent, slaapzakken, eten, kookgerei en wat niet meer. Alles waterdicht ingepakt. Een grote ton voor extra sets droge kleren, laarzen, zwemvesten en handdoeken. Het plan is in twee dagen per canadese kano de Klaralven af te zakken over een kleine vijfenvijftig kilometer. Van Sysleback tot aan de camping een traject door de ongerepte natuur. In de regio is de laatste dagen veel water gevallen, wat links en rechts van de Klaralven in soms sterke en woeste stromen van de bergen naar beneden komt.

kanovaren klaralven Op een punt waar door veel mensen enthousiast vlotten worden gebouwd om daarna de rivier af te zakken voor een dag of soms een hele week, worden we afgezet. Onze kano wordt bepakt met alles wat we denken nodig te hebben en de tocht kan beginnen. We bemerken direct een behoorlijke stroming, de rivier is hiernog niet zo breed. Na enkele slagen voelen we ons een met de natuur, een grote vis springt, vlak naast ons, hoog uit het water. Toch even schrikken als je niets anders hoort dan je eigen rustige peddelslagen, het water en de wind. Snel halen de verrekijker tevoorschijn, een enorme vogel scheert hoog boven de toppen op zoek naar zijn prooi; een visarend.

Het is nog midden op de middag, dus veel wild verwachten we niet te zien. Na een van de vele bochten en kronkels komen we aan de linkeroever bij een vrij stijl stuk. Boven op dennen en berken, maar loodrecht naar beneden srakke uitgesleten en verzakte zand-wanden vol met gaten. Zwaluwen vliegen af en aan. Veel zomers weer hebben we nog niet gehad, dus dat moet na het zien van zoveel zwaluwen zeker komen. Achteraf wel jammer dat ons spreekwoord in Zweden niet zo bekend is.

De zon schijnt nog steeds volop tussen de langzaam aanzwellende wolkenpartijen. Het wordt steeds ondieper, het water is zo helder, het roodbruine zand zien we langzaam onder ons voorbij schuiven. Om een bocht doemen een paar kleine eilandjes op, het water begint te ruisen, snel beslissen, aan welke kant schieten we er tussendoor zonder of vast te lopen in het zand of gaan we toch op het snelste stuk tussen de rotsblokken door. We kiezen voor het laatste, het water kiest immers ook de kortste weg. We versnellen iets en meteen na een korte bocht komen we aan op een behoorlijk breed stuk, een meer, de Vingangssjon. Het lijkt gelijk of de stroming is verdwenen.

Na wat flinke rietkragen, laag struikgewas en aan de rechteroever nog steeds een hoge berg-rug komen we aan bij een strandje waar al twee kano’s afgemeerd liggen. Van de linkeroever horen we een auto kort claxoneren. De kano op het droge, we lopen iets omhoog, een prachtige pleisterplaats met, zoals we gewend zijn in Zweden, houten banken, tafels en een kampvuurkuil. "Hallo jongens" klinkt het, "zin in ijs?" Na een flink uur op het water slaan we zon aanbod natuurlijk niet af. We babbelen nog wat bij met de familie en besluiten nu eindelijk maar eens verder te trekken. "De kop is er af, we zien jullie morgen wel op de camping"

Onder de brug van Ransby door naar ons volgende herkenningspunt; de brug van Persby, naast de verschillende hoge bergtoppen uitstekende punten om afstanden en tijden te meten. Plots wordt de rust bruut verstoord, heel laag komt een vliegtuigje over, net opgestegen van het vliegveld bij Dalby, een van de twee velden op onze route. Zo wat hoger in Zweden tref je veel van deze kleine vliegvelden, ook vanaf de meren wordt gevlogen met watervliegtuigen. Liefhebbers van o.a. het sportvissen of hykers laten zich hier in de zomer mee naar afgelegen gebieden vervoeren.

Aan de uitgesleten oever leggen we na pakweg twee uur varen aan.
Een jerrycan water, gaspitje, kopjes en de koffie knikkeren we zo’n twee meter hoger op het gras en klimmen omhoog. Onder het genot van een warme maar jammer genoeg nog wat slappe bak koffie kijken we uit naar de aandrijvende vlotten die we intussen al gepasseerd waren. Ontzettend leuk om te zien hoe verschillend ze opgebouwd zijn, sommige met tenten, andere met stokken en dekzeilen. Iedereen geniet op zijn eigen manier. Op een van de vlotten zit een groepje jonge mannen te vissen in luie tuinstoelen, op de volgende een gezin waarvan de twee kinderen met peddels constant proberen het vlot rond te laten tollen. Wat in eerste instantie een groot vlot lijkt, blijkt dat een groepje jongelui er drie aan elkaar heeft geknoopt. Ook een manier om bij elkaar te blijven, want de stroming is behoorlijk grillig is ons opgevallen. De twee witte kano’s die wat later bij Ransby zijn vertrokken hebben gezelschap gekregen van een derde aluminium kano. Zo hebben we er al meer gezien, wat wil je met zoveel water. Dan zeggen ze "Nederland, waterland", maar de rust die je hier op en aan het water vindt moet je thuis nog zoeken.

Rustig pakken we weer op, ik leg de kaart onder mijn jas voor mij en mijn sokken hier bovenop. Deze zijn wat nat geworden in het gras. Verder door naar Likenas, waar we de avond ervoor nog doorgekomen zijn na een fantastische rit door de bergen. Het dal wordt aan beide oevers ingeklemd door twee bergruggen. Niet de hoogte van de Mont Blanc, maarwel een geweldige natuur. Erg afwisselend, de rode huisjes en boerderijen worden als het ware opgeslokt door de enorme hoeveelheid aan groene dennen.

Nadat aan de linkeroever opnieuw een klein bergriviertje, de Likam, instroomt begint de wind iets aan te trekken. De wolken boven ons verraden de hele middag al regen, maar nu lijkt het toch echt te komen. We trekken onze vesten uit en regenpakken aan. Ik sla de jas voor mij open om nog even op de kaart te kijken, maar vergeet mijn sokken. Een ervan valt in het water, ik grijp, te laat. Snel maken we een draai, maar de sok verdwijnt rap onder water. In mezelf moet ik even lachen, dat krijg je als je over sokken van een ander schrijft

Vanaf Likenas snijdt de Klaralven met enorme bochten door het dal. Linksom komen we goed vooruit maar in de rechterbochten hebben we de wind op kop. We merken best dat we ook nog met volle bepakken vertrokken zijn. Kleine watereenden zitten voor ons, duiken onder en steeds is het weer raden waar ze weer boven water komen. Een pracht gezicht zo druk als ze zijn. De regen stelt gelukkig niet veel voor, een flinke bui, toch houden we onze pakken maar aan, ondertussen is het flink wat kouder geworden. We passeren opnieuw verschillende vlotten, het zijn er inmiddels wat meer.

Het loopt tegen het eind van de middag als we bij Backa in een bocht naar de hoofdweg plotseling horen roepen: "Koffie!" "Probeer maar een bocht verder" roepen we terug, we hebben geen zin om zo’n twintig meter door de boskage stijl omhoog te klimmen. Na tien minuten peddelen en de volgende bocht worden we door het thuisfront getrakteerd op echte warme koffie en verse broodjes. "Als jullie zo door gaan zien we je vanavond nog op de camping". We zijn voorbereid op een overnachting, maar als het meezit, wie weet?

Opnieuw starten we, de wind is behoorlijk aan het aantrekken, kunnen we goed merken ook. De natuur blijft afwisselend, het dal is wat breder met meer riet en ondoordringbare gedeeltes. We proberen meer op de stroom te varen, hoewel dat door de wind en de overhangende takken, soms hele bomen, wel wat wordt bemoeilijkt. Tegen zevenen besluiten we dat het tijd wordt om te eten. Het duurt nog even voor we een goed plekje vinden. Na eerst aan de linkeroever aan de voet van de Branasen een redelijke plek te hebben gevonden, kijken we uit op een klein hutje schuin aan de overkant. In het water ervoor liggen drie kale vlotten.
We besluiten alsnog maar over te zetten. De bruine bonen met mais staan lekker te pruttelen op het gaspitje. Het kampvuurtje om de worstjes te grillen wil maar niet goed aan, er is geen stukje droog hout te vinden. Wat drinken erbij en we laten het ons goed smaken. Ondertussen bekijken we de kaart, wat doen we, gaan we verder of zetten we de tent op. De campinghouder had ons verteld dat de vlotten vanaf Sisleback er op de stroom alleen zo,n drie dagen over zouden doen en wij dit per kano inclusief stops in ongeveer anderhalve dag. Een beetje rekening houdend met de wind in de bochten naar rechts, het laatste stuk zou moeten lukken in ruim twee uur.

Het is kwart voor negen, de kano is weer bepakt, het vuurtje geblust, voor zover je van vuurtje kan spreken.
Na de eerste bocht ruiken een geur van gezaagd hout. De houtzagerij van Almbjorby. De felle halogeenlampen zien we in de verte. Een apart gezicht in de schemering. Met zachte slagen peddelen we voort, we zeggen niet veel tegen elkaar, tenslotte hebben we niet voor niets gekozen om in de schemering door te varen. We hopen aan de oevers nog wat wild te zien. Op een eilandje, niet groter dan de oppervlakte van een gemiddelde huiskamer staat een tentje. Alles is rustig, niet storen dus. Direct na een vrij haakse bocht ruiken we een vuur.

In eerste instantie kunnen we niets ontdekken, maar zo,n twintig meter links boven ons doemen drie tentjes op, even later zien we de kano’s verscholen in de bosjes. Best gezellig zo’n hele club bij elkaar.
Na een tijd heel stil en rustig varen zien we beide in een schim iets van de kant af het water induiken, we schrikken allebei, dat geeft toch een flinke klap in al die rust. Goed kunnen we het niet zien, maar aan die burcht van hout enkele meters verder kunnen we afleiden dat we vermoedelijk een bever hebben gestoord in zijn werkzaamheden. Ondertussen wordt het wat donker, we naderen de laatste bocht, hier moet ergens links een riviertje uitmonden, dan nog een vrij recht stuk met sterke stroming. Voor de zekerheid nog een blik op de kaart, het hoeft al niet meer, we horen het water al van de berg ruisen, dus we zitten goed. In het donker leggen we aan, vlak achter wat vlotten die voor de volgende dag zijn opgebouwd. Camping Varnas, half elf. "Je mag er niet meer in" roept een genietende vakantieganger vanachter zijn kampvuurtje. We besluiten eerst nog wat te drinken voor we alles naar boven brengen. Het thuisfront wordt opgetrommeld en samen pakken we uit, de slaapzakken worden verdeeld. Bij het aankomen denken we dat we de laatsten op het water zijn, maar ongeveer een kwartier voor ons blijkt er nog een groep van tien kano’s te zijn. Deze hebben niet gezien, vermoedelijk zijn zij wat later op dag opgestapt, ze hebben de camping in ieder geval niet aangedaan. Zij gaan dus in het donker verder. Na nog wat bijpraten kruipen we tegen twaalven onder de wol.

Tegen het middaguur, de volgende dag, komt het eerste vlot langs. Even later de twee witte kano’s, ze herkennen ons, we zwaaien naar elkaar. Een prachtige tocht over de Klaralven hebben we achter ons, de stroming was beslist sterker dan gemiddeld. De volgende ons ook bekende vlotten komen langs. Iedereen heeft plezier ondanks af en toe een regenbui.
Bij ons vertrek van de camping vertellen we de campinghouder onze ervaring, hij verteld dat juist in het Noorden flinke regen is gevallen, vandaar de stroming, maar het weer voor de komende dagen wordt zonniger. Voldaan vertrekken we naar onze volgende stek.