De Loire
Al vroeg vertrekken we met de auto richting Imphy, even
onder Nevers, voor een tocht van vierentwintig kilometer over de Loire. In Imphy
aangekomen is het even zoeken naar een geschikte opstapplaats, even buiten het
plaatsje, vlak bij een sportpark aan een doodlopende weg. De auto teruggebracht naar het station, deze halen we aan het eind van
de dag wel weer op. Na een kwartiertje wandelen weer terug aan het water.
Langs een oude verotte boomstam leggen we de kano in het water, pakken
rustig alles in en klaar voor vertrek. De rivier is hier naar schatting zo’n
twintig meter breed. De bedding is zeker drie maal zo breed, er staat dan ook
niet veel water. Dit is onderweg ook duidelijk te zien aan de gigantisch vele
eilandjes en zand- en grindvlaktes. Het lijkt een mooie dag te worden, wel
bewolkt, maar toch.
Na een half uurtje peddelen begint het zachtjes te
druppelen. we trekken voor de bui alvast onze regenkleding aan. Kronkelend zoekt
het water de kortste weg door de vele eilandjes van grind. We zien veel vogels
die we op onze eerder tochten nog niet gezien hebben, erg veel reigers, ook
andere soorten, helemaal wit, aalscholvers en zelfs een ijsvogeltje. Een paar
kilometer voor Nevers peddelen we even samen op met een Duits echtpaar. Zij zijn
met hun kano al negen dagen onderweg op de Loire.
Even later leggen we
aan voor onze eerste koffiestop. Na een paar bochten zien we de eerste flats van
Nevers in de verte. Verderop zien we aan de schittering van hun natte peddels
zien we ook het Duitse echtpaar. Even voor de stad is de Loire erg breed, er
liggen een paar boeien. Het blijkt dat deze voor een parcours voor waterscooters
liggen. Het Duitse echtpaar wordt duidelijk gehinderd door een Fransoos die met
veel geraas zijn scooter tot enkele meters van de kano brengt. Daar moeten wij
dus nog langs. Aangekomen is het
even rustig, we varen dan ook maar zo ver mogelijk aan de linkeroever. Plots
komt vanachter een steiger de Fransoos met zijn waterscooter op ons af. We gaan
volgens hem te dicht langs de boeien die hij nog even verder naar de overzijde
probeert te verleggen. In het beste plat vertelt Gerda hem op een "rustige" toon
dat hij wat kalm aan moet doen en heb ik zelf mijn alluminium peddel al klaar
liggen om er voor te gooien. Gelukkig verstaan ze in Frankrijk plat Zutphens,
wonderwel blijft hij stilliggen bij een boei tot we voorbij gevaren zijn om
daarna met veel bravour en geraas zijn rondjes te draaien.
Door een
bordje worden we gewaarschuwd voor een gevaarlijke barrage op achthonderd meter.
We leggen even aan om een geschikte overzetplaats te zoeken. Het blijkt dat even
verderop, vlak voor de brug in het centrum van Nevers een camping ligt. Dus nog
even doorvaren. Aangekomen krijgen we even hulp van het Duitse echtpaar om de
steile kant op te komen. Zij zijn al aan het uitpakken. Casper beurt zijn poot
op tegen een van zijn volgepakte zakken. Net voordat ik mij wil veronschuldigen
denkt zijn hond "Hé da’s de zak van mijn baasje, dat kan ik ook", dus zeg ik
maar tegen hem dat ze beide geweten hebben dat het waterdichte zakken
zijn. Na wat koffie de barrage onder de brug verkennen. Voor ons dus niet er
overheen. We kiezen de uitgang van de camping en zetten aan de andere kant van
de weg de kano in het grind. Het is behoorlijk zwaar om met deze kleine wieltjes
hierdoor te komen. Uiteindelijk gaan we
verder en krijgen meteen de volgende bui over ons heen. Gelukkig duurt het maar
even en is het de laatste tot aan de camping in Fourchambault. De omgeving is
duidelijk rustiger wanneer we wat van de stad verwijderd zijn. Na een
flink uur peddelen en genieten van de mooie omgeving merken we dat het water wat
meer gaat stromen. Het water van de Allier stroomt ondertussen in de Loire.
We moeten er al bijna zijn, maar toch nemen we nog maar even een lekkere
rustpauze op een van de zandbanken.
Een mooi uitzicht op wat prachtige
huisjes en boerderijen. In het water liggen wat oude boten. Het lijkt wel een
oud veerbootje. Casper rent lekker rond met wat stokken en vermaakt zich nog
prima. Na nog flink wat bochten zien we de brug van Fourchambault voor ons.
Toch blijkt het nog een half uur peddelen. Vlak voor de brug trekken we
onze kano in het grind, de kar eronder en vervolgen onze weg naar de camping.
Halverwege maakt Gerda een vreemde beweging met de knie. Pijn. Bij de caravan
aangekomen is deze al flink gezwollen. Onze verbandmiddelen liggen in de auto,
dus snel even omkleden, dan haal ik de trein van vijf uur naar Nevers nog. Vanaf
Nevers is het verder met een luxe autobus tot aan het station Imphy.
Om
zeven uur ben ik terug. Gerda zit al goed verzorgd door de buurtjes voor de
caravan. De knie ziet er niet best uit. Naar huis is dus het beste.
Vroeg is alles ingepakt. In de auto een mooie ligstoel voor Gerda
gemaakt van de zwemvesten, zodat het been in ieder geval goed rust en klaar voor
vertrek. In één keer door naar Nederland is te ver, dus eerst richting Belgie,
camping Confluent. ‘s Avonds om negen uur komen we aan. We worden hartelijk
verwelkomt, dit voorjaar zijn we hier ook voor een week geweest.
Zaterdag blijven we nog een dag, op aandringen van Gerda, zodat ikzelf
nog één keer een tocht over de Ourthe kan maken. Zij is goed verzorgd voor de
caravan, heeft veel aanspraak en hulp wanneer nodig. Ik wacht nog tot de middag,
het weer kan nog iets beter, anders vertrekken we alsnog naar huis. Nadat het
weer goed opklaart verterk ik uiteindelijk in de middag alleen richting Bomal.
Vanhieruit zak ik de Ourthe af tot aan de camping in Comblain au Point. Tegen
het eind van de middag weer terug. Een prachtige tocht, wel veel drukker dan in
het voorjaar, maar het feit dat er zo’n twintig centimeter meer water staat
maakt het extra spannend, zeker gezien het verval.
We zijn blij dat we
deze dag er nog bij aangeplakt hebben en ‘s avonds pakken we dan ook nog maar
eens een lekker Belgisch biertje ter afsluiting. Morgenvroeg naar huis en daar
maken we de rest van de vakantie dan wel op. Plezier hebben we in ieder geval
gehad en ook weten we waar volgend jaar wél naar toe gaan.
