De Allier - afwisseling ten top

Tekst: Jan Wester, gepubliceerd in Oppad, Juni-nummer 1989

De Allier is de grootste zijrivier van de Loire. De bovenloop is voor waaghalzen, de benedenloop leent zich uitstekend voor de familie-canadees. Omringd door rotspartijen en woeste landschappen, ver van de bewoonde wereld, is deze Franse rivier met vele zij-armen het neusje van de zalm.

De Allier, een paradijs voor de canadeesvaarder

allier De Allier, net als zoveel andere Franse rivieren ook een kind van het Massif Central, wordt op een hoogte van 1500 m geboren op de hellingen van de Maure de Gardille. In de bovenloop raast de jonge bergrivier door donkere kloven, waar ze zich met woest bruisende stroomversnellingen tussen basaltblokken door wringt. Bij het bekende kuuroord 71 Vichy aangekomen, heeft de reeds volwassen en gekalmeerde rivier er 300 km opzitten. Na deze stad volgt nog ruim 100 km onberoerd rivierlandschap, zoals in West-Europa helaas nauwelijks meer te vinden is. In totale eenzaamheid kronkelt de Allier door haar zelfgemaakte oerwoudomzoomde bedding, die zij al naar de luimen van het winterse hoogwater, jaarlijks verandert. De rivier moet zich soms in een aantal zij-armen splitsen om al die eenzame grindbanken en woestbegroeide eilanden liefderijk te kunnen omhelzen. De Allier heeft voor elk wat wils in petto. Van wildwater categorie IV en V voor wildwateracrobaten, tot WW I voor rustige toertochtmakers die er met de canadees op uit trekken. Vooral voor deze laatste groep is de Allier een paradijs.

Per rubbervlot
Voor wie WW IV en V per kayak toch echt iets teveel is, kan op de bovenloop van de Allier, tussen St. Etienne-du-Vigan en Langeac, een tocht met een rubbervlot maken. Op een mooi voorjaarsweekend gaan mijn partner en ik naar het gehucht Prades. De oude bus die ons van daar naar het startpunt brengt, haalt vanwege de kronkelende smalle bergweggetjes en wellicht ook vanwege z'n eigen conditie slechts een gemiddelde van 30 km per uur. Het is wel een pittoresk tochtje. In de met wilde bloemen bezaaide bergweiden murmelen kleine beekjes omlaag en lammetjes dartelen uitgelaten door het jonge groen. De bergruggen aan de overkant van het dal hullen zich in een paarse sluier van miljoenen knoppen die op het punt staan open te springen. Terwijl wij de lenteindrukken opdoen en aan zon en zomer denken, kijkt de boer die we passeren kennelijk nog verder vooruit. Hij staat op z'n erf temidden van een indrukwekkende hoop net gekloofd brandhout voor de komende winter. Schilderachtige gehuchten, oeroude kerkjes en eenzame weggetjes overtuigen ons dat er in dit gebied ook voor wandelaars en fietsers veel te genieten valt.

Bij de stuwdam van St. Etienne-du-Vigan worden de rafts opgepompt. Voor deze uit Amerika overgewaaide wildwatersport gebruikt men rubbervlotten die met kunstvezel zijn versterkt. In het midden is een eenvoudig zitje voor de stuurman/roeier. Met twee lange roeiriemen moet hij het vaartuig in de goede koers zien te houden. De passagiers krijgen allemaal een steekpeddel en worden geacht die ook te gebruiken. Eén of twee personen hanteren bij toerbeurt een uiterst belangrijk attribuut: het hoosemmertje. Gezien de enorme hoeveelheden water die geregeld overkomen, is het hozen practisch een fulltime job!

Schuimmassa's
Het wordt een indrukwekkende tocht. Links en rechts reiken de rotswanden van de verlaten kloof tot grote hoogte. Bomen klemmen zich op de meest onwaarschijnlijke plekken vast in rotsspleten. Op waterhoogte zijn de rotsen soms op bizarre wijze door de elementen gebeeldhouwd. Eerst is het nog redelijk rustig, maar dan worden de stroomversnellingen talrijker. Als een dolle stier raast het water op een rotswand aan, alsof het de hele berg die in de weg staat, wil vermorzelen. Even uitblazen in een keerwater en dan de volgende versnelling in. Ik zie tientallen meters niets dan witgekuifde golven. Ze bestormen het vlot van alle kanten. Een ijskoude golfslag doet me bijna overboord tuimelen. Je ziet enkel nog schuimmassa's en regenbogen. Tussen het lawaai door hoor ik de inzittenden gillen, .... van angst of enthousiasme, dat is niet helemaal duidelijk. Zo wisselen grote en kleine stroomversnellingen elkaar af. Het is een onvergetelijke ervaring, heel andersdan kanoën. Zeker op zwaar WW heb je als kanoër alle aandacht nodig voor de navigatie. Bij rafting daarentegen is meer gelegenheid om op de omgeving te letten. Dit vlotvaren biedt bovendien de mogelijkheid om mensen zonder WW ervaring toch met dit onstuimige water, en de vaak woeste kloven waar het doorheen stroomt, te laten kennismaken.

Waterwildernis
De Allier heeft ook volop mogelijkheden voor kanoërs die het rustiger aan willen doen. Soms breed en rustig, dan weer nauw en wat wilder, kronkelt de rivier vanaf Langeac door een oud landschap. Links en rechts van de oevers liggen prachtige kleine dorpjes met elk hun eigen bezienswaardigheden. Het meest verrast heeft de Allier ons op de laatste 100 km tussen Vichy en de monding in de Loire. Dit traject biedt totale eenzaamheid. Wildernis, eindeloze zand- en grindbanken, hoge leemoevers en helder water. Van menselijk ingrijpen is nauwelijks iets te merken. Bij afkalvende buitenbochten plonzen kamergrote brokken leem in het water. De rivier splitst zich soms in talloze zijarmen die enorme, met oerwoud begroeide eilanden omsluiten. Tonnen zware woudreuzen zijn als luciferhoutjes door het winterse hoogwater op de grindbanken gesmeten. Het lijkt op het Nederlandse rivierenlandschap van 2000 jaar geleden. Door de uiterst wispelturige waterstandliggen de dorpen op kilometers afstand van de zomerbedding. Dit overstromingsgebied is zo ruig dat de oevers nauwelijks toegankelijk zijn voor niet-kanoërs. Paradijselijke plekken om te kamperen. Trotse kastelen of schilderachtige dorpjes zul je op dit traject niet tegenkomen. Vogels des te meer. Hier huizen de zilverreiger, blauwe reiger, purperreiger, ijsvogel, oeverzwaluw, wouw, buizerd en ruigpootbuizerd. Ook zie je allerlei soorten eenden en grote groepen bekende weidevogels zoals kieviet, wulp en scholekster. In de avondschemer bespied je met enig geluk de schuwe kwak en misschien word je wel uit je slaap gehouden door het gekef van een visotter. Na Moulins zijn nog meer eilanden dan er voor. Ook varen we langs duinachtige oevers en glooiende weilanden. Grote kuddes mooie, witte koeien staan dromerig aan de waterkant. Eindeloze maagdelijke zandstranden, lijken alleen voor kanoërs gereserveerd. Wanneer het kasteel van Apremont in zicht komt zit onze tocht erop. Vergeet niet dit beeldschone dorp vol bloemen en mooie huizen te bekijken.

Dilemma
Wie altijd al droomde van een kanoexpeditie in een ver ruig land kan die wens op de beneden-Allier redelijk verwezenlijken. Alleen, de portemonnee hoeft er veel minder ver voor open en bij iedere brug kun je een vers stokbroodje kopen. Maar voor hoelang nog? De burgemeester van Tours heeft namelijk een plan gelanceerd om in de benedenloop van de Allier een enorme stuwdam te bouwen. Massatoerisme is zelden bevorderlijk voor natuurgebieden maar als de Allier meer in trek zou komen bij toeristen, dan zou het enthousiasme voor een stuwdam wel eens kunnen afnemen.

Wie de bovenloop wil verkennen kan het beste z'n tent opslaan bij het levendige plaatsje Langeac. Er zijn oude straatjes, restaurants, hotels, een station en een grote wat ruige camping, aan de rivier. Langeac is een goed uitgangspunt voor het maken van kanodagtochten. Als het een beetje meezit met de waterstand is ook in juli het stuk Prades - Langeac nog te varen (WW II+). Prades, een schilderachtig Auvergne-dorpje, heeft bijzondere basaltrotsen, die op orgelpijpen lijken. De + van WW II+ slaat vooral op een mooie S-vormige stroomversnelling vlak na Prades. Wie deze wil verkennen, kan aan de linkeroever makkelijk uitstappen. Ook vanaf de weg D 48 is de stroomversnelling goed te zien. Vlak voor de brug van St. Julien ligt op de rechteroever de fraaie romaanse kapel St. Marie (lSe eeuw). De stuwdam van Langeac kondigt zich aan door het afnemen van de stroming. Links blijven varen. Aan de linkeroever bij de kanoclub, of bij weinig water iets verderop bij de damluoon, uitstappen en omdragen. Ongeveer in het midden van de stuw is een kanogoot die voor redelijke WW-vaarders te nemen is. Aan het eind word je hartelijk ontvangen door een pittige wals en stevige keerwaters.

Vaak is het stuk vanaf Monistrolof Prades ook 's zomers te varen, want de waterstand wordt hier vooral bepaald door wat de stuwdam van Poutès doorlaat. Op zondag en bij grote droogte is dat niets. Inlichtingen hierover in Langeac of Club CanoëKajak, Mairie 43580, Monistrol d' Allier, tel. 71 57 21 2l. Een andere leuke tocht gaat van Langeac naar LavoûteChilhac. (17 km, WW I-II). De enige moeilijkheid vormt de stroming die je in buitenbochten soms onder struiken wil dwingen. Na ca. 6 km, bij de stuw van Chambon, links omdragen. De stuw is eventueel ook links bevaarbaar via een doorgang 17 tussen 2 zalmbassins. Bij hoog water is er een gevaarlijke terugzog. Na deze barrage volgt een schitterend landschap met eeuwenoude dorpjes, hoog op de geërodeerde basaltrotsen. Vlak voor Lavoûte-Chilhac ligt een vervallen stuw, die ongeveer in het midden bevaarbaar is. Je kunt ook links omdragen over een weilandje. Het plaatsje zelf ligt decoratief op een smalle langgerekte basaltrug, waar de rivier met een scherpe lus omheen kronkelt. Bezienswaardig zijn de hoge oude huizen waarvan de fundamenten in het water staan. Een fraaie boogbrug uit de 15e eeuw geeft toegang tot het plaatsje. Wat zeker opvalt is een enorm Benediktijner klooster. Links na de brug is een camping aan het water.

Vrijage onderbroken
Je kunt nog doorvaren naar La Vialette, 1,5 km stroomafwaarts van de brug D 22. Ook daar is een kleine eenvoudige camping aan de rivier. De nu volgende 28 rivierkilometers hebben wij niet bevaren. Op dit parcours zijn 4 stuwdammen, waarvan er zeker 3 altijd onbevaarbaar en zelfs gevaarlijk zijn. Het omdragen is hier een vermoeiende klus. Ons advies is om in Brassac-Ies-Mines de vrijage met de Allier te hervatten. Dit is tevens een geschikt startpunt voor een langere trektocht. Er is een kleine camping aan het water. Laat je de eerste paar kilometer niet ontmoedigen door lelijke oeverversteviging van puin en brokken asfalt. Het wordt snel beter.

Ten westen van de Allier loopt de Alagnon die bij 'Saut du Loup' met de Allier versmelt. De Alagnon is bevaarbaar vanaf de brug bij Ferrières St. Mary tot Massiac (15 km, WW III tot half mei) en vervolgens door de Gorges d' Alagnon tot aan Lempdes (20 km, WW II bevaarbaar tot half juni). Na deze samenvloeiing ziet men al gauw het kasteel van Nonette op een dominerende heuveltop. Hier verandert het landschap als bij toverslag. De oevers treden terug, alles wordt veel weidser. Grote grindbanken met aangespoelde woudreuzen, geheimzinnige kreken en zijarmen. Een echte waterwildernis vol vogels en vissen. Op rivierkm 190 ligt de brug van de N 996 met vlak daarachter een oude hangbrug. Opnieuw verandert de wispelturige Allier van gedaante en nog geen 4 km verder varen we op snelstromend water door een kloof. De hoofdweg N 9 enerzijds en de spoorlijn anderzijds vergezellen de rivier op deze nauwe passage. Bij redelijke waterstand zijn hier doorlopend 4 km mooie, niet verblokte, stroomversnellingen.

Tot Pont-du-Ch teau blijft de rivier mooi, eenzaam en onderhoudend. In het gedeelte vlak voor Vichy is de AIlier 10 m hoog opgestuwd. Dit traject bevat een kunstmatige wildwaterbaan, bij één van de modernste sportcomplexen van Frankrijk. Het is de Franse tegenhanger van het olympisch parcours in Augsburg (DsI). Het omdragen in Vichy is lastig. Heb je hier een auto bij de hand vervolg de tocht dan ca. 10 km verder bij Billy. Vanaf hier blijft de stroming steeds vlot: 5 6 km per uur. Via een brug is het vaak niet meer dan 10 minuten lopen om een dorpje te bereiken om inkopen te doen of even als contrast - met een lekker drankje op een terrasje te zitten. Bij de bruggen vooral tijdens laag water op paalresten letten. Verder vormen vele-gestrande bomen de opvallendste hindernissen. Bij Moulins aangekomen, accentueert het stadsgewoel alleen maar de stilte voor en na die stad. Onder de brug ligt een onbevaarbare stuwdam. De beste plek om uit het water te gaan is aan de linkeroever, nog voorbij de camping. Het omdragen is hier geen pretje. Loopt er geen water over de dam, dan de boten over de damkroon in het benedenwater laten glijden. Het is verstandig altijd wat extra eten bij je te hebben, want ongetwijfeld kom je een plek in de wildernis tegen die zo mooi is, dat je er een dag wilt blijven om te zonnen, te zwemmen en te luieren. Van Moulins gaat de tocht op dezelfde voet door naar Apremont. Zet je de vaart voort naar de Loire dan moet je nog twee onbevaarbare stuwen passeren.